dinsdag 22 december 2009

Compensatie

Steeds als ik 's morgens in alle vroegte langs de Weespertrekvaart rij, zie ik daar mannen vissen in de stromende regen. Die hebben vast hele lelijke vrouwen, denk ik dan. En sublimeren dat chronische ongerief door deze hobby te kiezen. Als ik ze zou vragen waarom ze vissen, dan krijg ik ongetwijfeld buitengewoon geloofwaardige alibi's te horen, zoals lekker buiten zijn, stuk natuurbeleving, jachtinstinct, topsport en andere drogredenen.

Mensen kennen hun eigen waarheid wel, maar dikwijls is die onverdragelijk. Neem nu mijzelf. Naarmate ik kaler en kaler word, betrap ik mezelf erop dat ik steeds lekkerder ga ruiken. Ik besprenkel mezelf royaler (en vooral duurder) dan voorheen. Kennelijk wil ik het statement afgeven dat mijn nakende kaalheid weliswaar een handicap is, maar dat ik wel degelijk andere libido-kaarten op zak heb. De duurste Chanellen en Gucci's verdringen zich op mijn jongensplaneet waarmee ik mijn aftakeling een beetje ontken, want dat doe ik.

Op de bescheurkalender (Koot & Bie) stond ooit: "De man werd zo dik, dat hij besloot goedlachs te worden." Een goedlachse dikkerd is tenminste iemand. Hierom is reclameonderzoek ook dikwijls zo'n dwaze aangelegenheid. Reclame appelleert immers aan de allerdiepste instincten. Die we hebben opgeborgen in onze allerdiepste laadjes. Een oprechte reactie op een conceptueel idee is daarom eigenlijk niet te geven. We ondergaan reclame op een onderbewuste manier. Op zoek naar ankers voor ons tochtige zieleleven. Halfords verkoopt 25.000 nep-antennes per jaar voor op de auto. Zegt hun direkteur in een blad.

Aan mensen die in het luchtledige lullen om hun eigen stem maar niet te horen. Onderzoek? Visserslatijn.

Deze column verscheen eerder in “Eug Sans Gène" (2000). Veel van de gesproken columns zijn terug te luisteren via het archief van de Business Nieuws Radio-website.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten